Ik: “Kijk, de zon schijnt”
Miro: *heel serieus* “Dat betekent dat het een mooie dag is”
‘K weet niet, ik vond dat zo ongelooflijk grappig en schattig tegelijk.

Ik: “Kijk, de zon schijnt”
Miro: *heel serieus* “Dat betekent dat het een mooie dag is”
‘K weet niet, ik vond dat zo ongelooflijk grappig en schattig tegelijk.

En ineens is dat kleine ventje 3 jaar. Zoals in d.r.i.e j.a.a.r!!
De tijd gaat snel, supersnel. En regelmatig tijd om een overzichtje neer te pennen heb ik zo precies niet, ik schuif nog steeds het 2 of 2.5 jaar verslagske voor mij uit (maar maakte toch eens een samenvatting met wat koppelingen). Maar voor een 3 jarige Miro maak ik toch nog eens een uitzondering.
Onze clown, optimist, grapjas, deugeniet, creatieveling, miniman.
Miniman, hij heeft zijn naam niet gestolen. Met zijn 93,5 cm en amper 14 kg kan hij best doorgaan als een 2 jarige. Zeker als we de kledingmaten moeten geloven
Ik herinner mij dat Isla precies heel vaak nieuwe kleren nodig had (of heeft) en soms echt van die groeischeuten had (of heeft
), bij Miro zien we dat nauwelijks.
En ik vraag mij soms af hoeveel invloed die val van zijn groeicurve (van ‘t eerste jaar) zal hebben op zijn uiteindelijke lengte, want met zijn 54.5 cm begon hij toch vrij “groot”. Maar eerlijk is eerlijk, zowel vader als moeder zijn geen reuzen, dus een reus zal ‘t waarschijnlijk niet worden.
Och ja, ‘t helpt natuurlijk niet dat hij vaak zijn eten laat staan of bij ziekte in hongerstaking gaat. Maar elke gewonnen millimeter is er eentje natuurlijk. We proberen er ons vooral niet te druk in te maken, maar ‘t is soms toch confronterend en wat verschieten dat hij de allerkleinste van de klas is. Ja zelfs de nieuwkomertjes die dus een half jaar jonger zijn, zijn allemaal een stuk groter.
Wat dat eten betreft is ‘t vooral een speelvogel. Zijn boterhammen, aardappelen of… zijn vaak bruggen, dino’s, …. Hele taferelen spelen zich af op zijn bord. Gewoon eten, door gewoon honger, dat kent meneer vaak niet. Als hij wil kan hij al behoorlijk handig met mes en vork eten, maar zijn handen komen ook nog heel regelmatig helpen om te eten of met eten te gooien.
In de vakantie, als hij uitgerust is, eet hij vaak het best. Maar dat aan tafel zitten kan zoooo lang duren omdat hij soms niet begint te eten. Tijdens schooldagen is Miro ‘s avonds zo moe dat er van eten niet zo veel meer in huis komt. En ‘t is opmerkelijk wat voor dingen hij lekker vindt: prinsessenboontjes, tomaatjes, broccoli. Laatst zwaaide hij nog met een boon mijn richting uit en bedankte mij met zijn: “mama bedankt om dat te maken hé, dat is heerlijk!”. O ja, als het van Miro afhing at hij alle dagen tomaten en dronk hij altijd water.
Cola, iets wat af en toe op tafel komt, wou hij echt leren drinken. Elke keer Isla ’t dronk wou hij mee doen en vroeg hij er naar. En elke keer vond hij dat geprik in zijn mond maar niets. Hij vraagt het nog steeds, maar een echte liefhebber is het nog steeds niet.
Een bavet wordt nog maar sporadisch uitgehaald. Enkel als hij iets nieuws aanheeft of hij zich zelf om de één of andere reden niet wil vuilmaken. Maar da’s echt zeer uitzonderlijk.
Zijn ochtend- en avondfles gaat wel nog vlotjes binnen. Grappig genoeg laat hij vaak een bodem melk staan in zijn fles. Een gewoonte die ik ook met koffie heb
Daarom vullen we zijn fles tot 300 ml.. Als hij toch iets laat staan kan hij beter een goedgevulde fles krijgen om zo’t meeste binnen te hebben. Soms wordt zijn melk al eens vervangen door een brikje chocomelk, maar zelfs daarna durft hij nog melk vragen. Hij kan er zichzelf ook zo heerlijk mee in slaap drinken. Zijn melk weglaten, zorgt er zeker niet voor dat hij meer eet, dus laten we het nog wat zo. Sja, ook als hij daar (ziek) ’s nachts naar vraagt. Hongerstakende kinderen hebben toch wel een andere aanpak nodig.
Als Miro moe is of heel veel speelt, wil ’t “vorkvliegtuigje” wel eens helpen om er nog wat muizenhapjes bij te krijgen.
En soms, vooral bij ziekte of bij niets eten, wordt aangegeven wat hij “moet” opeten. En dat gaat echt over piepkleine beetjes. Er wordt dan geteld tot 3 en als hij het niet opeet vliegt hij op de trap. Ook als hij ziek is. Zielig, dat wel. Maar vaak maakt dat eten een verschil tussen genezen of opname. Gelukkig hebben we dat laatste al elke keer kunnen vermijden.
Op gezondheidsvlak hebben we Miro op zijn 3de verjaardag nog uitvoerig “bestoeft”. Maar jammer genoeg begon de ellende pas daarna. Dat we geen strenge winter hadden in de wintermaanden, maar er in maart nog sneeuw uit de lucht viel, had daar waarschijnlijk alles mee te maken. Laat ons zeggen dat elke snotvalling bij de Miniman eindigt met een longfoto. Vorig jaar moest hij tijdens de wintermaanden nog verplicht preventief puffen, maar doordat deze winter redelijk vlot verliep was dit nu niet nodig. In maart en april piekte het met de gezondheidstoestanden. Wat flessen antibiotica, wat longfoto’s, bloedgeprik en onderzoek van neusslijmpjes later is ’t verdict: minstens een maand verder puffen.
En ’t moet gezegd: vaak worden we moedeloos van die blijvende medische toestanden (en het bijkomende geregel ivm opvang), maar we blijven hoopvol dat ’t er uitgroeit natuurlijk.
Het slapen is ook nog zoiets dat op en af gaat.
Toen Miro net naar school ging verliep het doorslapen wat moeilijker (prikkels verwerken) en had hij regelmatig last van dromen. Zijn innerlijke ochtend”klok” staat jammer genoeg nog zeer regelmatig tussen 5.45 en 6.15. Soms slaapt hij al eens wat langer maar 8.00 hebben we nog nooit gehaald. Hij heeft een konijnenwekkertje, maar eens wakker wil hij opstaan. Hij kan, na regelmatig aandringen, wel op zijn kamer blijven maar is dan vaak zo luidruchtig dat opstaan vaak het handigst is als vader en dochter nog even willen slapen. ’t Voordeel van zo vroeg opstaan is natuurlijk dat hij ’s avonds (tussen 19.00 en 20.00) doodop is en vaak na enkele seconden al in dromenland ligt. Na een volledige schooldag geniet hij van zijn boekje en nestelt hij zich tussen zijn knuffels. Zijn koe is nog steeds zijn favoriet, maar ondertussen ligt zijn bed al vol.
Net zoals Isla is Miro ook een “ouderlijke-bed-slaper” en slaapt hij graag tussen ons in. Als hij ziek is mag dat, maar anders vliegt hij toch maar naar zijn eigen bed.
Miro’s slaapritueel is vaak hetzelfde. Papa “moet” hem naar boven brengen en hem een verhaaltje voorlezen. Er liggen hier heel veel kinderboeken, maar Miro heeft zo zijn toppers (taartenboek, de 3 biggetjes en Maja) die moeten worden voorgelezen. Sporadisch mogen Isla of ik dan eens doen, maar dan fronst hij regelmatig zijn wenkbrauwen en worden we op de vingers getikt “want zo moet dat niet hé”. Sja, de wederhelft geeft vaak zijn eigen interpretatie van een verhaaltje voorlezen.
Als hij wakker is, is’t een actief manneke die graag GROOT wil zijn en veel decibels kan produceren. Hij klinkt calimero-gewijs soms “want Isla is al zo groot en ik ben nog zo klein”, maar hij moet niet onderdoen voor Isla.
Hij is een echte plantrekker. Hij ziet wat Isla kan en wil dat natuurlijk allemaal ook. Niets zo stimulerend als een ouder kind, zo blijkt. Meneer kruipt zelf op de WC of in zijn autostoel, hij kleedt hij zich zelfstandig aan en uit (al zijn knopen en ritsen soms nog moeilijk), experimenteert vlotjes met mes en vork, poetst zijn tanden,… Maar hoe graag hij soms alles zelf wil doen, vaak vindt hij het ook nog superleuk om geholpen te worden. En ja, “soms” zelfs door zijn grote zus. Niets zo schattig als hen dan bezig te zien.
Overdag en tijdens een (sporadisch) middagdutje is Miro kurkdroog. Veel hulp heeft hij daar al lang niet meer voor nodig. Hij trekt zijn plan wel en als we hem laten doen, handelt hij alles zelf af en roept hij ons niet eens meer
(maar een beetje controle is toch nog wel nodig).
‘s Nachts is Miro nog niet zindelijk. Hij wil het wel graag en vraagt af en toe om zonder pamper te mogen slapen. Er zijn ’s morgens ook al droge pampers geweest, maar enkele proefnachten leerden ons dat het zonder pamper nog niet echt lukt en hij soms zelfs niet eens wakker wordt van de nattigheid in zijn bed met dikke tranen als resultaat. Momenteel laten we het nog even voor wat het is, ’t zal wel komen…
Miro is een speelvogel. Hij kan ’t uitstekend alleen, maar even goed samen. In zijn spel is hij vaak een actieve durfal: trampolinespringen, lopen, fietsen, overal opklimmen,… Niets lijkt hem te moeilijk en niets geeft hem vrees. Laat ons zeggen dat wij al lang niet meer verschieten als hij ergens opgeklommen is en boven staat te zwaaien. Hij kan ook zo ongelooflijk creatief en grappig zijn. Er wordt wat afgelachen met en door hem
Binnen speelt hij het liefst met auto’s of duplo. Alhoewel die dingen ook nog vaak veranderen. Hij is ook vaak met het winkeltje of de werkbank in de weer. Of Miro vindt zelf iets uit met allerlei rommel (zoals een autobaan van afval). Onze living is vaak een garage waar Miro allerlei dingen moet herstellen en waar hij ons de doorgang ontzegd door stoelen aan elkaar te plakken met zijn plakband .
Het spel varieert van rustig rollenspel (met duplo of schooltje of…) tot wild geloop en geloopfiets in huis (binnen loopt hij met een plastiek loopfietsje, buiten is het de firstbike).
Als ze met hun 2-en te druk zijn vliegen ze regelmatig buiten in de tuin om daar wat stoom af te blazen, maar Miro vindt dat helemaal niet erg. Hij zou liefst van al altijd buiten zijn. Ja ook in de regen! Zijn zandbak staat nog steeds op nummer 1, al kan zwart zand daar aardig mee concurreren. En als hij niet “werkt” met papa, kan hij ook gewoon wat rondhangen in de tuin of bloemetjes plukken. Heel grappig om hem daar wat te zien wandelen. Zelf schommelen lukt nog niet, dus daar worden we nog regelmatig aan het “duwen” gevraagd
3 jaar lijkt me een heerlijke leeftijd waarop “vervelen” nog niet in de woordenboek staat.
En dat fietsen met de firstbikeloopfiets gaat heel vlot: hij kan goed zijn evenwicht houden en rijdt het liefst op en af een heuvel… De gewone fiets werd iets na zijn 3de verjaardag van de zolder gehaald en al een paar keer getest. Het duwen op de pedalen en sturen lukt al aardig. Binnenkort ook eens experimenteren zonder die zijwieltjes.
Eens buiten, moeten we hem dus heel regelmatig met stokken terug naar binnen jagen.
En naast het spelen kunnen ze ook al aardig “samenspannen”. Aan tafel zitten ze vaak grapjes uit te halen wat uitmondt in de slappe lach… soms tot grote ergernis van de ouder, ahja
En bij samen leven, samen spelen en samen spannen hoort natuurlijk ook samen ruzie maken. Gelukkig zijn die momenten nog steeds sterk in de minderheid, maar als het ruzie is laat Miro zich in ieder geval niet doen en schopt, klopt en scheldt er op los. Sja, hij ziet natuurlijk ook hoe Isla ’t doet
Maar met nadat hij soms is terechtgewezen maakt hij het met een tranende “sorry Isla” en een dikke knuffel vaak goed.
Sinds hij 2.5 jaar is gaat hij naar school. Nu ongeveer een half jaar. Hoewel hij de kribbe toen beu was en hij nood had aan meer uitdaging is het nietaltijd niet duidelijk of Miro graag of niet graag naar school gaat. Er zijn momenten waarop hij ’s morgens enthousiast wil vertrekken, maar er zijn ook heel veel dagen waarop hij veel liever zou thuisblijven. Dat hij in het instapklasje zit en er al een aantal van zijn vriendjes zijn overgegaan naar de 1ste kleuterklas zal daar vermoedelijk veel mee te maken hebben. Hopelijk voelt hij zich volgend jaar helemaal goed in zijn klasje. Er is geen mooier moment dan wanneer hij na school op het bankje zit te wachten, me ziet, rechtstaat en me met open armen en een big smile tegemoet komt gelopen. “Mama!!”
Hetgeen hij op school leert blijft ook vaak op school. Hij vertelt weinig spontaan over school of vriendjes en speelt nooit zijn juf na. Misschien dat dat typisch meisjes is?
Wat zijn kunnen betreft zit het mijn inziens wel snor op school. Zo telt hij momenteel vlotjes tot 4 en begrijpt hij die hoeveelheden ook. “want Isla heeft al 4 mappen en ik nog maar 1 en dat is niet eeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeerlijk!”. En ik val dan een beetje van mijn stoel, want sommige instapkleuters kunnen amper zinnen bouwen. De woorden in de zinnen zijn al lang niet meer te tellen, want Miro begrijpt en zegt alles wat hij denkt. En soms, zo heel soms, zijn dat iets te veel woorden per minuut en iets te veel decibels. Naast praten is ook Miro een echte zanger, die zowel bestaande of zelf uitgevonden liedjes uit volle borst zingt. Net nog aan tafel zong hij 1 of ander liedje over een schaar en een kapper. Geen idee waar hij dit ooit heeft opgepikt.
Er is een puzzelfase geweest waarin hij alle insteekpuzzels en puzzels van enkele stukjes (9 a 16) vlot maakt. Maar hij kan evengoed een puzzel van 50 stukken uit de kast halen en die puzzel kriskras door elkaar maken. Voor hem is die dan ook goed, dus het inzicht is er nog niet altijd. Maar momenteel is het puzzelen thuis wat op de achtergrond geschoven.
Miro had een tijd geleden een tekenverslaving. Hij bleef maar tekenen en tekende gezichtjes ter grootte van zijn blad. Kreeg hij een A4 blad dan werd het een groot gezicht. Kreeg hij een kaartje dan tekende hij een gezicht ter grootte van dat kaartje. Heel grappig.
Hij tekent en kleurt nog graag. “Liefst in blauw en rood, want dat zijn wel mijn lievelingskleuren hé en wit is geen kleur”.
Ook ’t knippen heeft hij al aardig beet. Ook zoiets wat hij wou en zou kunnen. Dan blijft hij maar proberen en oefenen tot alles omgetoverd is tot snippers.
Miro, Miniman,
Zijn persoonlijkheid wordt meer en meer gevormd en ’t blijft ne lieverd, die zoon van ons.
Eentje die moeilijk te straffen is doordat hij met zijn fonkeloogjes vaak die boosheid zo weg lacht.
Eentje die met zijn klein hartje en snelle pijntjes bezig is een echte man te worden (want echt overal op onzichtbare pijntjes moeten pleisters geplakt worden, en neen dat is niet de verdienste van de moeder
)
Eentje die graag op vakantie of uitstap gaat, maar het snelst zegt “maar ik wil zoooo graag naar huis!”
Eentje die ongelooflijk nieuwsgierig en leergierig is.
Eentje die veel decibels kan produceren en wiens mond soms geen seconde stil staat.
Eentje die liefst buiten is.
Eentje die met plezier zijn wang presenteert als er gekust wordt ![]()
Eentje die nog heel regelmatig op de schoot kruipt en zijn armpjes om ons heen slaat.
Eentje die op de vraag “en heb je nog een zoen voor mij?” antwoordt: “mama, mijn zoenen zijn nooit op!
Zo enen ja.


‘t Plan was een konijn als lentefeestcadeau voor de dochter. Isla wil al zo lang een huisdier. ‘t Werd haar al een eeuwigheid beloofd, maar ‘t werd ook elke keer uitgesteld. En als ‘t kind echt moet wachten tot de verbouwing van ons huis klaar is, heeft ze waarschijnlijk op haar 18de nog geen dier.
Maar dan ‘t luik “allergie”: Met honden en katten gaat het soms goed en dan weer niet. Ze weet wat kan gebeuren als ze die beestjes knuffelt en mag die dus gerust aaien en knuffelen, maar krijgt soms totaal niet en soms heel tranende ogen en jeuk. We vermoeden dat de langharige beestjes het ergste zijn. Omdat we weten dat ze allergisch is voor honden en katten zijn zo’n beestje in huis halen niet zo’n goed idee. En dus viel de keuze al snel op een dier waar ze niet allergisch voor is en toch redelijk aaibaar kan zijn.
Dieren, ‘t is toch iets magisch. Zeker voor kinderen. Ik herinner me dat ik als kind ook allerlei dieren had, maar nu heb ik ze liever niet. Vermoedelijk omdat ik nu niet meer ‘t plezier maar enkel ‘t extra werk zie
Konijnen dus. Lang geleden hadden we Diela en Dola. ‘t Verhaal liep niet zo positief af. Maar deze keer hopen we op een andere afloop
Isla beloofde (in de hoop wat spoed achter die komst van de dieren te zetten) voor de komst van haar huisdier al duizend keer plechtig dat ze die beestjes zelf gaat verzorgen en beweert dat ze dan liever naar buiten zal gaan: “maar als ik dan niet buiten wil spelen, kan ik met de konijntjes spelen”.
‘t Is natuurlijk nog af te wachten wat waar is van die beloftes.
Vrijdag haalden we een hok en toen het zondag (door de kinderen en hun vader) in elkaar stond, sprak de wederhelft: “Ik denk niet dat we die kooi lang zonder dieren kunnen laten staan, “misschien” moeten we ze vandaag kopen”.
“Misschien” lijkt niet echt een woord dat in de kinderen, noch hun vaders woordenboek staat, want een telefoontje naar de dierenwinkel later zaten met z’n allen in den auto…
Een tijd geleden waren de kinderen al eens met hun vader op prospectie naar die dierenwinkel geweest. Ze hadden hun zinnen gezet op de toen nog ongeboren kindjes van een zwanger mamakonijn. Die kleintjes bleken nu klaar voor verkoop.
We konden kiezen uit 3 mannetjes en 1 vrouwtje: ‘t Werden 2 mannetjes en hopelijk kloppen de geslachten deze keer wel. Volgens de verzorger maken 2 vrouwtjes meer ruzie dan 2 mannetjes en zouden die mannetjes die wij kochten geen ruzie maken omdat ze uit ‘t zelfde nest komen.
Maar als ik mijn poetsvrouw en ‘t internet moet geloven, komt er gegarandeerd ambras van… Och ja, als dat zo is zullen we ‘t nu wel anders (zoals met een extra hok) oplossen.
Isla koos een zwart met kort haar, Miro een grijs met pluisjeshaar. En de karakters van die beestjes komen precies overeen met de karakters van de kinderen.
‘t Zwart is rustig en wacht af, net zoals de dochter.
‘t Grijs is nieuwsgierig en wild, net zoals de zoon.
Miro had al snel de naam voor zijn konijn gekozen: McQueen (naar de rode auto uit Cars (en zeggen dat hij die film nog nooit gezien heeft)). Bij Isla duurde het ietsje langer, twijfelde ze wat en kwam ze op Lolly.
Waar we de zoon momenteel moeten afremmen in het roepen naar die beestjes en het voortdurend openen van ‘t hok, doet Isla het super voorbeeldig. Ze echt super gelukkig en doet het voorbeeldig met die diertjes. Miro zijn interesse is een pak vluchtiger en zijn aanpak veel ruwer.
Wat ‘t extra buiten spelen argument betreft heb ik na 2 dagen al wat mijn bedenkingen want de konijntjes huppelden deze ochtend al vrolijk door onze living
Sja, een mens moet iets over hebben om die beestjes tam te maken, zeker?

‘t Kalendermaandblad, dat is nog niet klaar…
Misschien dat ik toch maar een weekblad had moeten (laten
) maken, want de kinderen vinden de afbeeldingen toch wat te klein in zo’n maandoverzicht…


De dochter doet dit jaar haar lentefeest.
Allemaal goed en wel zo wat feesten, maar de voorbereidingen gaan precies zo wat aan mij voorbij.
Ik weet eigenlijk ook niet zo goed wat zo’n feest precies inhoudt.
De zedenleer-kinderen geven een soort “optreden” waarvoor we maximum 8 personen konden inschrijven. Dat deed ik dan al maar, want als er iets is wat Isla leuk vindt is het aandacht ![]()
En het feestconcept moet precies nog wat groeien, maar dat komt wel goed…
Bij zo’n feest hoort iets nieuws om aan te doen. Toch in Isla haar ogen.
Vreemd genoeg is de briefwisseling over communiekleding helemaal aan mij voorbij gegaan. Of ik kreeg het niet, of ik kreeg het zo vroeg dat ik er helemaal nog niet mee bezig was en het weg heb gegooid.
En ook, veel geld kan ik aan kinderkleding echt niet uitgeven.
Als ik het dan toch eens doe zijn er gegarandeerd de eerste dag al vlekken op die ik er niet uit krijg.
Met alle drukte en ziekte van de afgelopen dagen geraakten we onlangs niet meer in een kledingwinkel. Maar da’s niet zo erg. Isla heeft eigenlijk kleren genoeg (al vindt zij natuurlijk van niet).
Ze kreeg een tijdje geleden eens een zomaar-zomerkleedje (dat vooral zij fantastisch vond) en omdat ze dat wegens nog wat winter in maart nog niet heeft kunnen aandoen, werd dat kleedje kleedje dan al maar omge”doopt” tot lentefeestkleedje. Schoenen, dat moeten we nog kopen, maar omdat ze toch zo graag op mijn hakschoenen loopt kon ze daar eens mee op de foto (die we door ‘t slechte weer, alvast binnen op haar slaapkamer namen).

En omdat we toch aan’t prutsen waren besloot ik ook eens een hartje met haar haarkes te maken… Niet gemakkelijk, wel grappig.